De bijwerkingen van het herbewapenen

Geschreven door de Polderwachter

Geschreven door de Polderwachter

Share on facebook
Share on linkedin
Share on email

Gezien de huidige ontwikkelingen in de wereld gaan wij ons herbewapenen. We zullen wel
moeten. Jullie weten allemaal dat het noodzakelijk is dat we nu niet afwachtend gaan zitten
toekijken hoe ‘anderen’ het voor ons op gaan lossen. Dat we eigenlijk niet langer kunnen wachten,
dat we al veel te lang niets hebben gedaan en dat we nu dus wel zullen moeten als we een
rampscenario willen voorkomen. Nu heb ik het geluk dat ik zeer betrokken ben bij de activiteiten op
fort Maarsseveen. En waar kan je je nou beter (her-)bewapenen dan op een fort?

Jullie denken nu: “jeetje, die Marcel, dat was toch zo’n vriendelijke man? Nooit gedacht dat die
zo’n vechtlustige toon aan zou slaan”. Dat klopt! Wij gaan ook niet aan de slag met kogels en
kanonnen, maar met bloemetjes en bijtjes. (Ik zie persoonlijk groter onheil in de achteruitgang van
de biodiversiteit dan in de wedstrijdjes ver-plassen van onze wereldleiders). Het fort wordt
onderdeel van de bijenlinie: op meerdere forten van de Hollandse Waterlies worden condities
gekweekt om de biodiversiteit te vergroten. En dan met name gericht op wilde bijen en
zweefvliegen. Dat is niet alleen goed voor de insekten, het is ook heel leuk voor de mens!
Mijn leven is de afgelopen week verrijkt met de weidebij, de polder- en de brilmaskerbij, de gewone
kleine wespbij (dus niet de sierlijke wespbij)… ik zou zeggen: daar kan nog meer bij. Ik heb ze nog
niet in het echt gezien, de meeste zijn zeldzaam, sommige zelfs zeer zeldzaam. Maar allemaal
hebben ze zeldzaam mooie namen.

Even tussendoor: je hebt dus wespen, bijen en wespbijen. Leuk hè?

Naast de honingbij, die door de biologen onder de huisdieren wordt geschaard, hebben wij in
Nederland nog 370 verschillende soorten wilde bijen. Met fantastische namen. Het roodbuikje,
waarbij* het rood dus wel net wat lager zal zitten dan bij het welbekende roodborstje. De
Roodsprietwespbij zal vast ergens een rode spriet hebben. Maar waar dan? Aan z’n kop als een
soort eenhoorn? Of sleept hij hem achter zich aan als de lange veren van de pauw? Goed opletten
dus de komende maanden! De Geelschouderwespbij heeft denk ik een gele schouder. Wat
betekent dat alle andere bijen dus ter hoogte van hun schouder een zwarte band moeten hebben.
Het is bijna niet voor te stellen maar zal er ook ergens een jonge Grijze rimpelrug rond vliegen? En
als ik ooit nog eens het piratenleven zou overwegen, zou ik geen papegaai op mijn schouder
zetten maar een Roodzwarte dubbeltand. Brrr.
Ik ga eens vragen of je de bijen ook kan herkennen aan hun gezoem. Valt er bij de grote
koekoekshommel iets van “koekoek, koekoek” te horen? Of laat hij zijn jongen misschien
opvoeden door andere hommels? Heeft een jong hommeltje ook een andere naam dan zijn
ouders, net als een lammetje, een pulletje of een puppie? “Wat een schattig hommeltje” Dan
moeten dus juist de volwassen hommels een anderen naam. Grijze rimpelrug misschien?
Nu ik dit zit te schrijven zie ik twee wespbijen voor me: één loopt wat rond, vliegt eens naar een
bloemetje en heeft zo’n houding van ‘doe maar gewoon, dan doe je gek genoeg’. Dat is dus de
Gewone wespbij. Want die andere, jonge jonge! Haartjes netjes gekamd, hij buigt netjes als er een
ander voorbij* komt en als hij vliegt is het alsof hij danst. Je raadt het al: dat is de Sierlijke wespbij.

Dus als jullie mij de komende zomer op mijn buik in het gras zien liggen: niks aan de hand, kom er
bij! Dan kijken we samen naar hoe de Halfglanzende groefbij net niet helemaal glanst in de
ochtendzon. We luisteren naar het aangenaam smakken van de Kauwende metselbij en misschien
komen we er samen achter waar die rode spriet nou eigenlijk zit…

*de Waarbij en de Voorbij zijn geen bijensoorten (althans, nog niet…)

Meer berichten